In de Middeleeuwen (tussen 500 en 1500 NC) werd er in Midden en Noord Europa volop internationale handel gedreven. Dat gebeurde (in onze ogen van nu) met veelal gebrekkige, kleine houten schepen die tot Doesburg de IJssel opvoeren, maar ook over land.
De reis ging van Estland en het Russiche Novgorod tot Duitsland en Nederland en terug.
In ons gebied (er was toen nog geen sprake van Nederland) lagen onder andere Groningen, Stavoren, Bolsward, Ommen en Oldenzaal aan min of meer vaste Hanzeroutes.
Ook de IJssel-route was belangrijk; Hasselt, Zwolle, Kampen, Hattem, Deventer, Zutphen en Doesburg speelden hierin een grote rol.
In soms harde tijden waren kooplieden niet alleen concurrenten, ze zochten ook steun bij elkaar. Zij sloten een verbond, in het Duits Hanze geheten.
Zo ontstonden, eerst in Duitsland, maar later ook in Nederland, Zweden, Belgie, de Baltische Staten en Rusland de Hanzesteden.
In de vijftiende eeuw waren er 160 lid van het toenmalige Hanzeverbond, waaronder Doesburg. En dat met een keur van (toeristische) activiteiten profileert de stad zich nog altijd.
De 7 Hanzesteden aan de IJssel presenteren zich meestal gezamenlijk, bijvoorbeeld als de "wondermooie parels aan de glinsterende IJssel".